ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2151
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Schaap
- H. Steenbergen
- J. van Loon
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt rechtmatigheid heffing toeristenbelasting op basis van overnachtingsprijs
Belanghebbende, exploitant van een hotel in Amsterdam, maakte bezwaar tegen een voorlopige aanslag toeristenbelasting over het jaar 2000, berekend als 5% van de overnachtingsprijs. Deze aanslag werd gehandhaafd door verweerder, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het geschil betrof de vraag of de heffing van toeristenbelasting op basis van een percentage van de overnachtingsprijs in strijd is met artikel 219, tweede lid, van de Gemeentewet, het karakter en de rechtsgrond van de toeristenbelasting, en het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Belanghebbende stelde dat de maatstaf feitelijk inkomensafhankelijk is, wat verboden is.
Het Hof oordeelde dat de overnachtingsprijs een objectief criterium is dat slechts indirect verband houdt met het inkomen of de winst van de belastingplichtige en dat de heffing daarom niet verboden is. Tevens werd geoordeeld dat de toeristenbelasting een algemene belasting is zonder vereiste van een direct verband met gemeentelijke kosten of diensten. Het beroep op het profijtbeginsel faalde, evenals het beroep op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel.
Het Hof verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag. Er werden geen proceskosten toegewezen. De uitspraak werd gedaan op 8 maart 2002 door de genoemde rechters, in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de voorlopige aanslag toeristenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.