ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2356
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Steenbergen
- Rechtspraak.nl
Vermindering van de waarde van een woon-winkelpand na bezwaar tegen waardebeschikking
Belanghebbende diende tijdig een pro forma bezwaarschrift in tegen de waardebeschikking van een woon-winkelpand, maar motiveerde dit pas na de gestelde termijn. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, maar het hof oordeelde dat dit onredelijk was omdat de motivering werd ingediend voordat de afdoening was gestart.
De waarde van het pand werd bepaald door de winkel en de bovenwoning afzonderlijk te waarderen, rekening houdend met het feit dat het een gecombineerd woon-winkelpand betreft. De winkelwaarde werd vastgesteld op basis van de werkelijke huurwaarde, die lager was dan de door verweerder gehanteerde referentiewaarden.
De bovenwoning werd gewaardeerd op ƒ 200.000, ondanks dat belanghebbende stelde dat deze nihil waard was, vanwege de beperkte gebruiksmogelijkheden en eenvoudige staat. Het hof stelde de totale waarde van het pand vast op ƒ 491.500.
Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed. Het beroep werd gegrond verklaard en de bestreden uitspraak vernietigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het bezwaar ontvankelijk en vermindert de waarde van het woon-winkelpand tot ƒ 491.500.