ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2359
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Vrouwenvelder
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting door correcte tariefindeling na vaststelling woonplaats zoon
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting/pre-mie volksverzekeringen voor 1999, waarbij zij was ingedeeld in tariefgroep 2 omdat haar oudste zoon ouder dan 27 jaar volgens de gemeentelijke basisadministratie op haar adres stond ingeschreven. Belanghebbende stelde dat de zoon feitelijk niet bij haar woonde en dat hij bij zijn grootmoeder verbleef. De inspecteur handhaafde de aanslag, maar na overlegging van aanvullende stukken achtte het hof aannemelijk dat de zoon niet tot de huishouding van belanghebbende behoorde.
Het hof oordeelde dat belanghebbende terecht in tariefgroep 4 moest worden ingedeeld, wat leidde tot vermindering van de aanslag. Het geschil betrof uiteindelijk alleen nog de toekenning van proceskostenvergoeding. Het hof wees het verzoek van de inspecteur om proceskostenveroordeling achterwege te laten af, omdat belanghebbende al in het bezwaarschrift had gesteld dat de zoon niet bij haar woonde en de inspecteur geen nader bewijs had gevraagd.
Het hof veroordeelde de inspecteur daarom in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 805 en gelastte de Staat het gestorte griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. De uitspraak werd op 1 mei 2002 ter openbare zitting uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag verminderd naar tariefgroep 4 en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten.