ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2854
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- IJland-van Veen
- Mijnsberge
- Van der Lugt
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van circa 13 kilo cocaïne in Nederland
Op 3 mei 2002 heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren van ongeveer 12.959 gram cocaïne in Nederland. De zaak kwam voort uit een vonnis van de rechtbank Haarlem van 6 november 2001. Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en deed opnieuw recht.
Het hof stelde vast dat wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte op 15 augustus 2001 op Schiphol cocaïne had ingevoerd, een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet. De hoeveelheid was aanzienlijk en geschikt voor handel en verdere verspreiding. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.
De strafbaarheid van het feit en van verdachte werd bevestigd. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte, die niet eerder was veroordeeld, legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar op. Daarnaast werden de inbeslaggenomen cocaïne, verpakkingsmaterialen en een Surinam Airways vliegticket onttrokken aan het verkeer of verbeurd verklaard. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van circa 12,959 gram cocaïne.