ECLI:NL:GHAMS:2002:AE3234
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bijl
- Rechtspraak.nl
Naheffing omzetbelasting wegens onjuiste toepassing kleine-ondernemersregeling zonder boete
Belanghebbende heeft over de periode 1 januari 1995 tot en met 31 december 1999 de omzetbelasting berekend met toepassing van de kleine-ondernemersregeling. Hierbij heeft hij echter de intracommunautaire verwervingen ten onrechte als door hem verschuldigde belasting beschouwd, wat in strijd is met artikel 25a van de uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968. Dit leidde tot een te hoge vermindering en daardoor tot te weinig betaalde omzetbelasting.
De inspecteur heeft daarom een naheffingsaanslag opgelegd zonder toepassing van een boete of verhoging. Belanghebbende stelde dat de Belastingdienst door onvoldoende zorgvuldige controle een onjuist vertrouwen had gewekt dat naheffing achterwege zou blijven. Het hof oordeelde dat hiervoor meer vereist is dan het feit dat de inspecteur geen nader onderzoek heeft verricht, zeker omdat het belanghebbende duidelijk had moeten zijn dat niet elke aangifte volledig wordt gecontroleerd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het hof zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten, omdat geen bijzondere omstandigheden waren gesteld. De uitspraak werd mondeling gedaan op 14 februari 2002 door het lid van de belastingkamer, mr. Bijl.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard zonder boete.