ECLI:NL:GHAMS:2002:AE3352
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Onnes
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van inkomen uit effecten en aangifteplicht 1995
Belanghebbende, een commissionair in effecten en directeur bij E N.V., werd geconfronteerd met een aanslag inkomstenbelasting over 1995, gebaseerd op een belastbaar inkomen van ƒ 820.000, later verminderd tot ƒ 741.797, inclusief een boete wegens het niet doen van aangifte. Het geschil betrof de vraag of een bedrag van ƒ 487.283 dat belanghebbende van F had ontvangen, belastbaar was als vergoeding voor diensten bij transacties in effecten.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende het vermoeden niet had weerlegd dat het bedrag een vergoeding betrof voor door hem aan F verstrekte diensten. Belanghebbende voerde aan dat het ging om een beleggingsclubje en dat het voordeel niet voorzienbaar was, maar dit werd verworpen. Tevens was niet aannemelijk gemaakt dat verliezen voor rekening van belanghebbende kwamen of dat hij rente aan F betaalde.
Daarnaast oordeelde het Hof dat belanghebbende niet had voldaan aan zijn aangifteplicht, aangezien geen bewijs was geleverd dat de aangifte inkomstenbelasting 1995 was ingediend, ondanks uitreiking van het aangiftebiljet en ontvangen aanmaning. Hierdoor was de omkering van de bewijslast van toepassing. De inspecteur had de aanslag terecht vastgesteld op ƒ 741.797. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1995 van ƒ 741.797 wordt bevestigd.