ECLI:NL:GHAMS:2002:AE3615
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Faase
- Meussen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling reiskostenforfait bij woon-werkverkeer en naheffingsaanslag loonbelasting
Belanghebbende, X N.V., maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonbelasting en boete over de periode 1993-1997. De zaak werd na cassatie door de Hoge Raad terugverwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.
De kern van het geschil betrof de fiscale behandeling van de reiskosten van werknemer E, die gemiddeld één tot twee keer per week van zijn woonplaats Q naar een andere arbeidsplaats R reisde via een tussenstop op arbeidsplaats Q. Het Hof stelde vast dat het reiskostenforfait van toepassing is op de reisafstand tussen Q en R, de verst gelegen arbeidsplaats, en dat de omrijkilometers op 10% van de totale kilometers gesteld kunnen worden.
Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag verminderd moet worden met 10% van het gedeclareerde bedrag aan reiskosten, wat neerkomt op een vermindering van ƒ 3.718. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 724,50. De boete bleef gehandhaafd.
De uitspraak bevestigt dat bij woon-werkverkeer het forfait alleen geldt voor de verst gelegen arbeidsplaats en dat omrijkilometers in redelijke mate in aanmerking worden genomen. De zaak illustreert de fiscale complexiteit rond reiskostenvergoedingen en de toepassing van het reiskostenforfait.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt verminderd met ƒ 3.718 en de inspecteur wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.