ECLI:NL:GHAMS:2002:AE3882
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Bijl
- M. Vrouwenvelder
- A. Beukers-Van Dooren
- Rechtspraak.nl
Accijnsverschil bij tariefsverhoging tabaksproducten moet op aangifte worden voldaan
Belanghebbende, houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, had tabaksproducten uitgeslagen die voorzien waren van accijnszegels berekend op het oude tarief. Na een tariefsverhoging per 16 november 1998 ontstond een accijnsverschil dat belanghebbende op aangifte heeft voldaan. Het geschil betrof of dit verschil wettelijk verschuldigd was en of dit in overeenstemming was met de Europese accijnsrichtlijn.
Het hof oordeelde dat de Wet op de accijns duidelijk maakt dat accijns verschuldigd is op het moment van uitslag tegen het geldende tarief, verminderd met het bedrag van de accijnszegels. Dit betekent dat bij tariefsverhoging het verschil op aangifte moet worden voldaan. De accijnsrichtlijn laat ruimte voor een combinatie van heffing via accijnszegels en op aangifte, waardoor het nationale systeem niet in strijd is met de richtlijn.
Belanghebbende stelde ook dat zij gerechtvaardigd vertrouwen had dat geen bijbetaling nodig was, mede vanwege een brief aan de inspecteur waarop geen reactie kwam. Het hof verwierp dit en stelde dat het uitblijven van reactie geen rechtsgeldig vertrouwen wekte. Ook een brochure van de Belastingdienst bood geen grond voor zulk vertrouwen.
Ten slotte stelde belanghebbende dat bij een tariefsverhoging een overgangsregeling verplicht was. Het hof verwierp dit en stelde dat daar geen wettelijke verplichting toe bestaat. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en zij werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het accijnsverschil moet op aangifte worden voldaan.