ECLI:NL:GHAMS:2002:AE4698
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde van drie verhuurde winkelpanden in Hoorn
Belanghebbende, eigenaar van drie verhuurde winkelpanden in Hoorn, stelde beroep in tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 1999. Verweerder hanteerde de huurwaardekapitalisatiemethode en stelde de waarden van de panden vast op respectievelijk ƒ 587.000, ƒ 561.000 en ƒ 1.084.000.
Belanghebbende bracht een taxatierapport in dat de onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat vaststelde, met lagere waarden voor de eerste twee panden en een hogere waarde voor het derde pand. Het hof constateerde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarden voor de eerste twee panden niet te hoog waren, mede vanwege onduidelijkheden in de gehanteerde oppervlaktematen en vergelijkingen met andere panden.
Voor het derde pand was het hof het eens met verweerder dat de vastgestelde WOZ-waarde terecht was. Het hof vernietigde daarom de beschikking voor de eerste twee panden, stelde hun waarde lager vast en handhaafde de waarde voor het derde pand. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: WOZ-waarde van twee winkelpanden verlaagd en die van het derde pand gehandhaafd.