ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5170
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsuitkering arbeidsongeschiktheid als periodieke uitkering en geen winst uit onderneming
Belanghebbende, een tandarts die samen met zijn echtgenote een maatschap vormt, ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering na een ongeval. Hij heeft deze uitkering als winst uit onderneming opgegeven, maar de inspecteur kwalificeert deze als een periodieke uitkering en belast deze dienovereenkomstig.
De maatschapsovereenkomst bevat een bepaling dat bij ziekte de andere maat de werkzaamheden waarneemt zonder vergoeding, maar dat de uitkering die de zieke maat ontvangt aan de maatschap moet worden afgedragen. Belanghebbende stelt dat deze bepaling de uitkering omzet in winst uit onderneming en dat de uitkering deels is gebruikt voor praktijkinvesteringen.
Het hof volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad dat kosten en uitkeringen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering geen ondernemingslasten of opbrengsten zijn, omdat gezondheid een algemeen belang is. De bepaling in de maatschapsakte compenseert slechts de inkomstenderving en verandert het karakter van de uitkering niet.
Het hof wijst ook het beroep op een besluit van de staatssecretaris van Financiën af, omdat daarin geen steun is voor het toerekenen van een dergelijke uitkering aan de winst van de maatschap. De uitkering wordt dan ook als periodieke uitkering belast en komt niet in mindering op het aandeel van belanghebbende in het resultaat van de maatschap.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd omdat de arbeidsongeschiktheidsuitkering als periodieke uitkering wordt belast en niet als winst uit onderneming.