ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5491
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Goes
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over dividenduitkering na statusverlies fiscale beleggingsinstelling
Belanghebbende, aandeelhouder van D BV, die per 1 januari 1997 ophield te fungeren als fiscale beleggingsinstelling, ontving in 1997 dividenduitkeringen. De inspecteur legde een navorderingsaanslag op waarbij het dividend werd belast tegen het gewone tarief, terwijl belanghebbende dit aangaf tegen het bijzondere tarief.
Het geschil betrof de vraag welk tarief van toepassing is op het dividend uitgekeerd binnen 8 maanden na het statusverlies van de beleggingsinstelling. Het Hof verwees naar een arrest van de Hoge Raad van 24 mei 2002 en oordeelde dat het dividend belast moet worden tegen 25%, omdat het de winst ter beschikking gesteld volgens artikel 28 Wet Pro Vpb overschrijdt.
De navorderingsaanslag werd vernietigd en de inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten. De zaak illustreert de strikte toepassing van belastingregels bij dividenduitkeringen na statuswijzigingen van vennootschappen en bevestigt dat afwijkingen van het tarief niet zijn toegestaan, ook niet bij uitvoeringsproblemen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt vernietigd en het dividend wordt belast tegen het tarief van 25%.