ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5662
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering vervangingsreserve voor boekwinst pand 1996
Belanghebbende, een BV binnen een vastgoedconcern, verkocht in 1996 een pand aan een zustervennootschap en wilde de boekwinst toevoegen aan een vervangingsreserve. De inspecteur weigerde dit omdat het vervangingsvoornemen ontbrak. Het hof oordeelt dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat per 31 december 1996 een concreet vervangingsvoornemen bestond.
Hoewel een algemeen directie- en aandeelhoudersbesluit werd overgelegd waarin sprake was van een vervangingsvoornemen binnen het concern, ontbrak bewijs dat dit specifiek voor belanghebbende gold. Ook ontbraken concrete handelingen gericht op vervanging van het verkochte pand. De inspecteur stelde dat het pand geen duurzaam bedrijfsmiddel was maar een voorraad binnen de groep om vrijval van reserves te voorkomen.
Belanghebbende stelde dat de inspecteur zich schuldig maakte aan détournement de pouvoir, maar het hof verwierp dit omdat de inspecteur slechts kritiek uitte op de concernactiviteiten. De boekwinst werd vastgesteld op ƒ 3.700.530, hoger dan door belanghebbende opgegeven. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering van de vervangingsreserve wordt ongegrond verklaard.