ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5681
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt nieuw feit voor navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende, exploitant van een aannemersbedrijf, diende zijn aangiften inkomstenbelasting over 1993-1997 niet tijdig in. De inspecteur legde ambtshalve aanslagen op en stelde in 1999 een definitieve aanslag op basis van een geschat inkomen van ƒ 50.000 vast. In mei 2000 diende belanghebbende alsnog een aangifte in met een belastbaar inkomen van ƒ 162.826, inclusief een schadevergoeding van circa ƒ 200.000.
De inspecteur startte een boekenonderzoek en legde in december 2000 een navorderingsaanslag op, gebaseerd op het nieuwe aangiftebiljet, met een belastbaar inkomen van ƒ 176.760. Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur al bekend was met de schadevergoeding en dat er geen nieuw feit was, en dat de inspecteur had moeten onderzoeken voordat hij de definitieve aanslag oplegde.
Het Hof oordeelde dat het aangiftebiljet van mei 2000 een nieuw feit vormt waarop de navordering gebaseerd is. De eerdere kennis van de schadevergoeding impliceert niet dat het belastbaar inkomen bekend was. Het Hof verwierp het verweer dat navordering op basis van 'herstel van inzicht' niet is toegestaan, omdat de navordering niet daarop was gebaseerd. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1996.