ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5688
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Loon
- Rechtspraak.nl
Renteaftrek bij hypotheekverhoging voor woningverbetering volgens Wet IB 1964
Belanghebbende heeft in 1997 een hypotheekverhoging van ƒ 100.000 afgesloten, waarvan ruim ƒ 49.000 daadwerkelijk is besteed aan de verbouwing van zijn eigen woning. De betaalde hypotheekrente over deze lening werd in de aangifte inkomstenbelasting 1999 volledig als aftrekbare kosten opgevoerd.
De inspecteur corrigeerde deze aftrek gedeeltelijk omdat een bedrag van ƒ 10.000 van de lening werd overgemaakt naar een andere rekening, waardoor volgens hem het directe verband tussen lening en uitgaven ontbrak. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de lening volledig was gebruikt voor de woningverbetering.
Het Hof stelde vast dat het niet vereist is dat betalingen direct van de leningrekening worden gedaan zolang de lening daadwerkelijk is aangewend voor de woningverbetering. De overmaking naar een andere rekening staat een volledige renteaftrek niet in de weg. De inspecteur werd in het ongelijk gesteld en de aanslag gecorrigeerd naar het door belanghebbende opgegeven belastbaar inkomen.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten en werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed. De uitspraak bevestigt dat rente over schulden voor woningverbetering aftrekbaar blijft, ook bij indirecte betalingsstromen.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de rente over de hypotheekverhoging voor woningverbetering volledig aftrekbaar is en vernietigt de correctie van de inspecteur.