ECLI:NL:GHAMS:2002:AE6612
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt tijdigheid aangifte inkomstenbelasting bij postbezorging vóór jaarwisseling
Belanghebbende diende haar aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997 in, gedagtekend 27 december 2000, maar deze werd pas op 3 januari 2001 ontvangen door de Belastingdienst. De inspecteur legde daarom geen aanslag op wegens niet tijdige aangifte.
Belanghebbende ging tegen dit besluit in bezwaar en vervolgens in beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof de vraag of de aangifte tijdig was gedaan volgens artikel 64 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de uitvoeringsregelingen.
Het Hof oordeelde dat voor het tijdstip van aangifte het moment van ter post bezorging van het aangiftebiljet beslissend is, conform de verzendtheorie en artikel 20 van Pro de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994. Omdat het biljet op of omstreeks 28 december 2000 ter post was bezorgd, was de aangifte tijdig gedaan.
Het Hof vernietigde de bestreden uitspraak, gelastte de inspecteur een aanslag vast te stellen en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Deze uitspraak bevestigt dat bij aangifte de datum van postbezorging bepalend is, ook als de ontvangst bij de Belastingdienst later plaatsvindt.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond en oordeelt dat de aangifte tijdig is gedaan omdat het aangiftebiljet vóór 1 januari 2001 per post is verzonden.