ECLI:NL:GHAMS:2002:AE7955
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- IJland-Van Veen
- Brilman
- De Vries
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelname criminele organisatie en invoer cocaïne vanuit Curaçao
Verdachte werd in hoger beroep vervolgd voor het op verschillende tijdstippen binnenbrengen van cocaïne in Nederland en deelname aan een criminele organisatie. Hij werd aangehouden op Sint Maarten en hoorde aanvankelijk zonder raadsman, wat werd betwist door zijn advocaat als schending van verdedigingsrechten. Het hof oordeelde echter dat deze tekortkoming niet zodanig was dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard.
De gesprekken van verdachte met een politieambtenaar tijdens de vlucht werden niet als verhoor aangemerkt, zodat het ontbreken van een cautie niet leidde tot bewijsuitsluiting. Ook werd de betrouwbaarheid van CID-informatie, waarop het bevel tot bewaring was gebaseerd, bevestigd. Het hof sprak verdachte vrij van één tenlastegelegd feit wegens onvoldoende bewijs, maar veroordeelde hem voor de overige feiten.
Verdachte coördineerde transporten van cocaïne vanuit Curaçao en onderhield contacten met ontvangers in Nederland. Gezien de ernst van de feiten, eerdere veroordelingen en het maatschappelijke belang, legde het hof een gevangenisstraf van zes jaar en zes maanden op. Tevens werd een dienstrooster verbeurd verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes jaar en zes maanden gevangenisstraf voor deelname aan een criminele organisatie en invoer van cocaïne.