ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8321
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Smit
- Goslings
- Vroom-Cramer
- Rechtspraak.nl
Geschil over planschadevergoeding bij vrijstellingsbesluit op grond van artikel 19 WRO
Becker voerde sinds 1993 overleg met de gemeente Soest over een nieuwe locatie voor haar transportbedrijf. Na een aanvraag bouwvergunning op een agrarisch perceel, verleende de gemeente een vrijstellingsbesluit op grond van artikel 19 WRO Pro, waarmee Becker kon bouwen voordat het nieuwe bestemmingsplan onherroepelijk werd. De gemeente stelde als voorwaarde dat Becker de planschadevergoeding aan omwonenden zou dragen.
De gemeente betaalde planschade aan omwonenden Pruyn en Hilhorst en vorderde deze kosten, inclusief advieskosten, van Becker. Becker betwistte de geldigheid van de overeenkomst en de hoogte van de vordering. De rechtbank verwierp het beroep op nietigheid en stelde deskundigen aan om de schade te bepalen. Deze concludeerden dat Pruyn geen schade had en Hilhorst maximaal f 15.000,--.
Het hof bevestigt het oordeel dat de gemeente gerechtigd was de planschadevergoeding als voorwaarde te stellen, ook al werd het nieuwe bestemmingsplan kort na het vrijstellingsbesluit onherroepelijk. De deskundigenmethode om de extra schade te bepalen wordt als juist beoordeeld. Becker wordt grotendeels in het ongelijk gesteld, maar de proceskosten van de eerste aanleg worden tussen partijen gecompenseerd. Becker wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van Becker grotendeels af en compenseert de proceskosten van de eerste aanleg.