ECLI:NL:GHAMS:2002:AE8422
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O.B. Onnes
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslagen successierecht op geleasde aandelen na overlijden erflaatster
De erfgenamen van mevrouw A zetten na haar overlijden twee aandelenleasecontracten voort, waarbij de resterende betalingsverplichting en de beurswaarde van de geleasde aandelen centraal stonden in de successieaangifte.
De erfgenamen betwistten dat de beurswaarde van de geleasde aandelen tot de totale belaste verkrijging moest worden gerekend, omdat deze niet expliciet op het aangiftebiljet werd vermeld. Het hof oordeelde echter dat de waarde van de geleasde aandelen wel degelijk een verkrijging vormt volgens artikel 5, eerste lid, van de Successiewet 1956, ongeacht de vermelding op het aangiftebiljet.
Daarnaast stelde het hof vast dat de erfgenamen de aandelen niet tussentijds konden verkopen omdat de juridische eigendom bij de leasemaatschappij bleef tot het einde van het contract. Daarom moest een waardedrukkende factor wegens incourantheid worden toegepast, die het hof vaststelde op 10%.
Hierdoor werd de waarde van de aandelen met ƒ 7.925 verlaagd, wat leidde tot een vermindering van de aanslagen successierecht voor de erfgenamen. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van de belanghebbenden.
Uitkomst: Het gerechtshof vermindert de aanslagen successierecht door toepassing van een waardedrukkende factor op geleasde aandelen en veroordeelt de inspecteur in proceskosten.