ECLI:NL:GHAMS:2002:AE9691
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- mrs. Bijl
- Vrouwenvelder
- Beukers-Van Dooren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag omzetbelasting wegens niet-betaalde factuur en boeteoplegging
Belanghebbende exploiteerde een technische installatiehandel en sloot in maart 1997 een overeenkomst met D B.V. voor de aankoop van een waterscheidingsmachine. De factuur bedroeg ƒ 650.000 plus ƒ 113.750 omzetbelasting, waarvan 30% direct werd betaald. Belanghebbende bracht de volledige omzetbelasting in aftrek, maar betaalde slechts een deel van de vergoeding.
Na ontvangst van een creditfactuur van D in augustus 1997 en het faillissement van D in mei 1998, werd duidelijk dat de machine niet geleverd zou worden en de resterende vergoeding niet betaald zou worden. De inspecteur legde een naheffingsaanslag op voor de niet-betaalde omzetbelasting van ƒ 79.625, een boete van 25% die werd verminderd tot 10%, en heffingsrente.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat het bezwaar niet objectief was behandeld en dat hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat geen naheffingsaanslag zou volgen vanwege de lange procedure. Het Hof oordeelde dat de bezwaarprocedure correct was, dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd op grond van artikel 29, tweede lid, Wet OB, en dat de boete en heffingsrente passend waren. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag, boete en heffingsrente wordt ongegrond verklaard.