ECLI:NL:GHAMS:2002:AF0934
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Onnes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling heffing roerende-ruimtebelastingen woonruimte op woonschip
Belanghebbende betwistte de aanslagen roerende-ruimtebelastingen voor het jaar 1999 die betrekking hadden op de woonruimte op zijn woonschip gelegen aan een adres in Amsterdam. Het geschil betrof de vraag of deze woonruimte duurzaam aan een plaats is gebonden en daarmee belastbaar is.
Het hof oordeelde dat het woonschip een vaste ligplaats heeft, aangezien het reeds ten minste een jaar met incidentele onderbrekingen op dezelfde plek ligt en aansluitingen op nutsvoorzieningen aanwezig zijn. Dit maakt de woonruimte duurzaam aan een plaats gebonden volgens artikel 2 van Pro de Verordening en de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Verder stelde het hof dat de waarde van de woonruimte moet worden bepaald alsof de volle eigendom overdraagbaar is zonder beperkingen, waardoor het feit dat het schip niet met behoud van ligplaats verkocht kan worden, niet relevant is. Ook de waardepeildatum van 1 januari 1992 geldt, waarbij voor woonruimten die na die datum aan een plaats zijn gebonden, de waarde wordt vastgesteld naar de staat aan het begin van het kalenderjaar volgend op het jaar van binding.
Gelet op deze overwegingen is het beroep ongegrond verklaard en zijn de aanslagen bevestigd. Het hof zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen roerende-ruimtebelastingen wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.