ECLI:NL:GHAMS:2002:AF1340
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Blokland
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en winst uit aanmerkelijk belang na herstructurering nalatenschap
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997, waarbij de inspecteur een hogere belastbare winst uit aanmerkelijk belang had vastgesteld na verkoop van winstbewijzen in HBV. De inspecteur had de navorderingsaanslag opgelegd omdat hij bij de oorspronkelijke aanslag niet bekend was met de verkooptransactie, die later als nieuw feit werd aangemerkt.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inspecteur bij het opleggen van de oorspronkelijke aanslag al dan niet bekend was met de feiten die tot navordering leidden, en of de opbrengst uit de verkoop van winstbewijzen als winst uit aanmerkelijk belang moest worden belast. Belanghebbende stelde dat de inspecteur bekend was met de feiten en dat er geen sprake was van een aanmerkelijk belang op het moment van verkoop.
Het hof oordeelde dat de inspecteur niet redelijkerwijs bekend kon zijn met de verkoop van winstbewijzen aan XNV bij het opleggen van de aanslag, waardoor de navorderingsaanslag bevoegd was opgelegd. Tevens werd geoordeeld dat de opbrengst uit de verkoop van de winstbewijzen, die voortvloeiden uit een aanmerkelijk belang dat belanghebbende en zijn bloedverwanten hadden, terecht als winst uit aanmerkelijk belang werd belast. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag wordt bevestigd.