ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2007
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Kooijman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid beleggingsverliezen en winstuitdeling bij vennootschapsbelasting 1997
Belanghebbende, een besloten vennootschap die een fiscale eenheid vormt met haar dochtermaatschappij, voerde verliezen op beleggingen aan die deels via de privé-bankrekening van haar directeur en enig aandeelhouder K waren gedaan. De inspecteur weigerde aftrek van het verlies op beleggingen vóór 7 augustus 1997 en kwalificeerde dit als winstuitdeling aan K, terwijl het verlies na die datum wel werd betwist.
Het hof stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de beleggingen vóór 7 augustus 1997 voor haar rekening en risico waren verricht, mede omdat de gelden via de privé-rekening van K liepen en er geen overeenkomst tot terugbetaling bestond. Dit bedrag van ruim 2,1 miljoen gulden werd daarom als winstuitdeling aangemerkt.
Voor het verlies op beleggingen na 7 augustus 1997, gedaan via een effectenrekening van belanghebbende zelf, oordeelde het hof dat deze verliezen wel aftrekbaar waren, omdat deze beleggingen op zakelijke gronden waren gedaan en het risico inherent was aan de beleggingsactiviteiten.
De aanslag vennootschapsbelasting werd dienovereenkomstig verminderd tot een belastbaar bedrag van 396.569 gulden. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten. Het hof verwierp het beroep van belanghebbende slechts deels en vernietigde de uitspraak van de inspecteur.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van 396.569 gulden, waarbij het verlies op beleggingen vóór 7 augustus 1997 niet aftrekbaar is en als winstuitdeling wordt aangemerkt.