ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2411
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Heffingsrente verschuldigd op definitieve aanslag ondanks vergissing bij voorlopige aanslag
Belanghebbende deed aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2000 en kreeg op 7 mei 2001 een voorlopige aanslag opgelegd. Door een vergissing verrekende de Belastingdienst een te hoog bedrag aan te verrekenen loonbelasting, waardoor belanghebbende een te hoge teruggaaf ontving.
Op 29 december 2001 werd de definitieve aanslag opgelegd, waarbij het teveel betaalde bedrag werd teruggevorderd, vermeerderd met heffingsrente. Belanghebbende betwistte niet de hoogte van de rente, maar stelde zich op het standpunt dat de heffingsrente niet verschuldigd zou zijn omdat dit onvoldoende was vermeld op de voorlopige aanslag.
Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 30f van de Algemene wet inzake rijksbelastingen heffingsrente verschuldigd is bij een te betalen of terug te ontvangen bedrag, ook in dit geval. Hoewel het wenselijk is dat op het voorlopige aanslagbiljet wordt vermeld dat bij terugbetaling heffingsrente verschuldigd is, leidt het ontbreken van die vermelding niet tot het onterecht in rekening brengen van de rente.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de heffingsrente op de definitieve aanslag wordt ongegrond verklaard.