ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2674
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Heropening voormalige vuilstortplaats leidt tot afvalstoffenbelasting ondanks recreatieve plannen
In deze zaak stond centraal of de afgifte van afvalstoffen aan een voormalige vuilstortplaats kwalificeert als afgifte aan een werk of aan een inrichting in de zin van de Wet belastingen op milieugrondslag (Wbm). Na verwijzing door de Hoge Raad onderzocht het Gerechtshof Amsterdam of de stort uitsluitend was gebruikt voor een recreatief transitopunt en informatiecentrum, of dat de stort feitelijk was heropend.
De feiten toonden aan dat de locatie sinds 1991 eigendom was van belanghebbende, die verplicht was de ernstig vervuilde stort te saneren. De sanering vond plaats door middel van een IBC-constructie waarbij secundaire afvalstoffen werden toegepast voor afdichting en isolatie. Hoewel er plannen waren voor een recreatieve bestemming zoals een hippisch centrum, transitopunt en informatiecentrum, stond de concrete invulling niet vast en werd deze aan een aparte uitvoeringsorganisatie overgelaten.
Het Hof concludeerde dat de afgifte van afvalstoffen niet uitsluitend diende voor het vestigen van een werk, maar dat de stort feitelijk werd heropend. Hierdoor kwalificeert de afgifte als aan een inrichting en is afvalstoffenbelasting verschuldigd. De naheffingsaanslag werd verminderd tot € 568.144. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting wordt verminderd tot € 568.144 omdat de stort feitelijk is heropend en geen sprake is van afgifte aan een werk.