ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2750
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of stoffen gebruikt voor afdichting en verharding afvalstoffen zijn in de zin van de Wet milieubeheer
Belanghebbende exploiteerde een vuilstortplaats en gebruikte voor het verharden van wegen en het afdichten van de stortplaats de stoffen afzeef, residu en puinresidu, die zij zonder betaling van leveranciers ontving. De inspecteur legde een naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting op omdat deze stoffen volgens hem afvalstoffen zijn in de zin van de Wet milieubeheer (Wm).
Na een eerdere uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage die een beperktere uitleg gaf aan het begrip afvalstof, vernietigde de Hoge Raad deze uitspraak en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam. Dit hof moest beoordelen of de genoemde stoffen afvalstoffen zijn volgens de Wm en de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen.
Het hof overwoog dat het begrip afvalstof ruim moet worden uitgelegd conform de kaderrichtlijn en dat de toekomstige bestemming van de stoffen niet bepalend is. De stoffen zijn productresiduen die niet door de oorspronkelijke houders verder konden worden gebruikt en waarvan zij zich ontdeden. Het feit dat belanghebbende de stoffen nuttig toepast zonder storttarief te betalen doet niet af aan het karakter van afvalstof.
Belanghebbende stelde dat het puinresidu een beoogd product was en dat het positieve-prijs-beginsel van toepassing is, maar bracht hiervoor geen bewijs aan. Het hof verwierp deze standpunten en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee de naheffingsaanslag werd bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting bevestigd.