ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2762
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Loon
- Steenbergen
- Goes
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over liquidatie-uitkering lid onderlinge waarborgmaatschappij
Belanghebbende, lid van de onderlinge waarborgmaatschappij E, ontving in 1998 een liquidatie-uitkering na de overdracht van E's verzekeringsactiviteiten aan een naamloze vennootschap. De vraag was of deze uitkering tot zijn belastbaar inkomen behoort en zo ja, onder welke categorie.
Het Hof stelde vast dat de uitkering voortkomt uit het eigen vermogen van E en niet uit de verzekeringsovereenkomst zelf. Hierdoor is de uitkering niet aan te merken als een negatieve persoonlijke verplichting (terugbetaling van premies), maar als een voordeel uit een vermogensrecht. Het lidmaatschap van E geeft aanspraak op dit vermogen, waardoor de uitkering moet worden belast als inkomsten uit vermogen.
Het Hof verwierp het verweer dat het lidmaatschap geen bron van inkomen vormt omdat het voordeel niet werd beoogd. Verder oordeelde het Hof dat het bijzondere tarief van artikel 57, tweede lid, Wet IB van toepassing is, gelijk aan liquidatie-uitkeringen op aandelen. De aanslag werd verminderd en de inspecteur werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De liquidatie-uitkering is belast als inkomsten uit vermogen tegen het bijzondere tarief van artikel 57 Wet IB 1964.