ECLI:NL:GHAMS:2002:AF3701
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van winstuitkering uit aandelen in Turkse vennootschap
Belanghebbende was in 1996 aandeelhouder van de Turkse vennootschappen E AS en F AS. De inspecteur stelde dat belanghebbende inkomsten had genoten uit winstuitkeringen (dividend) en stelde de aanslag inkomstenbelasting dienovereenkomstig vast. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de zogenaamde 'deger artisi' een waardestijging van aandelen betreft en geen contante winstuitkering.
Tijdens het geding werden diverse stukken, verklaringen van getuigen en deskundigen, en proces-verbalen overgelegd. De inspecteur baseerde zijn standpunt op verklaringen van anonieme getuigen en brieven die spraken over winstuitkeringen, terwijl belanghebbende verwees naar deskundigenrapporten waaruit bleek dat de vennootschappen geen winst aan aandeelhouders hadden uitgekeerd, maar deze als reserve hadden aangehouden.
Het Hof concludeerde dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat belanghebbende daadwerkelijk inkomsten uit winstuitkeringen had genoten. De verklaringen van deskundigen en de inhoud van de stukken ondersteunden de stelling dat de 'deger artisi' een waardestijging van aandelen was en niet een dividenduitkering. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag verminderd.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd het gestorte griffierecht aan belanghebbende vergoed. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 37.820.