ECLI:NL:GHAMS:2002:AN9549
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Van Asperen
- Van Haeringen
- De Vries
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf voor invoer en handel in cocaïne
De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk invoeren van twee hoeveelheden cocaïne van elk 1,8 kilogram binnen Nederland, in een samenwerkingsverband waarin hij een leidende rol vervulde. Het hof oordeelde dat de rechter-commissaris terecht machtigingen had verleend voor het afluisteren van telefoongesprekken en de huislijn van de verdachte, ondanks betwisting door de verdediging.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onrechtmatig was verkregen, onder meer door onvoldoende redelijk vermoeden voor de telefoontaps en door druk op de verdachte tijdens zijn verklaring. Deze bezwaren werden door het hof verworpen, omdat de feiten en omstandigheden dit niet aannemelijk maakten.
Het hof stelde vast dat de verdachte uit puur winstbejag handelde en een bijdrage leverde aan het criminele drugscircuit. Gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die niet eerder was veroordeeld, achtte het hof een gevangenisstraf van vijf jaar passend, hoger dan de vier jaar die de rechtbank had opgelegd.
Daarnaast werd een geldboete van €40.000 opgelegd, met een vervangende hechtenis van 160 dagen bij niet-betaling. Verder werd de verdachte vrijgesteld van de tenlastegelegde feiten die niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. Het hof gelastte ook de teruggave van een inbeslaggenomen boek met telefoonnummers en adressen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf en een geldboete van €40.000 wegens invoer van cocaïne.