ECLI:NL:GHAMS:2002:AO6005
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- W.-M. de Vries
- H. van Boven
- J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen faillissementsvonnis met omzetting naar schuldsaneringsregeling
Appellant is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam failliet verklaard op verzoek van schuldeisers. Tijdens de behandeling van het faillissementsverzoek wilde appellant een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen, maar de benodigde stukken bereikten de rechtbank niet tijdig.
In hoger beroep stelt appellant dat de rechtbank ten onrechte zijn verzoek tot schuldsanering heeft genegeerd en verzoekt het hof dit verzoek alsnog te behandelen. Het hof oordeelt dat de vertraging niet aan appellant kan worden toegerekend en dat het verzoek tot schuldsanering toewijsbaar is.
Het hof constateert dat een deel van de schulden niet te goeder trouw is ontstaan vanwege geldonttrekking voor verslavingen, maar dat appellant inmiddels is afgekickt, een vaste baan heeft en een sociaal vangnet geniet. Daarom wijst het hof het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe, stelt het salaris van de curator vast en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afhandeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt het faillissementsvonnis en verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing op appellant.