ECLI:NL:GHAMS:2002:AP4594
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W.M. Tijnagel
- J.J.A.M. Kennis
- E.M. Vrouwenvelder
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen uitnodiging tot betaling en toetsing economische voorwaarden regeling actieve veredeling
Belanghebbende, houder van een vergunning voor de regeling actieve veredeling, werd uitgenodigd tot betaling van douanerechten wegens vermeende niet-naleving van economische voorwaarden. Zij voerde aan dat de douane-expediteur niet als indirect vertegenwoordiger had gehandeld en dat het mandaatbesluit onvoldoende bekend was gemaakt. Tevens stelde belanghebbende dat de overgangsregeling uit de vergunning van 1997 niet van toepassing was en dat aan de economische voorwaarden was voldaan.
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat de douane-expediteur belanghebbende rechtsgeldig indirect vertegenwoordigde en dat de uitnodiging tot betaling terecht aan belanghebbende was uitgereikt. Het mandaatbesluit was voldoende bekendgemaakt door het bijhouden van een register en ter inzage leggen van het besluit. Het ontbreken van formele bekendmaking leidde niet tot vernietiging van de uitnodiging.
Met betrekking tot de economische voorwaarden verwierp het hof de stelling van de inspecteur dat de overgangsregeling van 1997 voor het gehele project gold. De vergunning van 1997 kon niet met terugwerkende kracht vóór de datum van aanvraag worden toegepast. Het hof stelde vast dat noch de code 6201 noch de code 6106 van artikel 552 UCDW Pro van toepassing waren, omdat de opdrachtgever binnen de Europese Gemeenschap was gevestigd. Het beroep op artikel 220 CDW Pro behoefde daarom geen behandeling meer.
De Douanekamer verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af. Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de uitnodiging tot betaling wordt ongegrond verklaard.