ECLI:NL:GHAMS:2002:AR3819
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bijl
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt toepassing commissionairsregeling omzetbelasting bij verkoopactiviteiten
Belanghebbende, een dochtermaatschappij van een Amerikaans bedrijf, voerde verkoopactiviteiten uit op eigen naam doch voor rekening van haar moedermaatschappij. De inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op over de vergoeding die belanghebbende voor haar diensten factureerde.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verrichte werkzaamheden als leveringen van goederen in de zin van artikel 3, vijfde lid, Wet OB moesten worden aangemerkt. Het Hof bevestigde dat dit het geval is, aangezien belanghebbende op eigen naam maar voor rekening van Y goederen verkocht en de activiteiten direct betrekking hadden op het sluiten en afwikkelen van verkoopovereenkomsten.
De inspecteur stelde dat de vergoeding niet direct aan de leveringen gekoppeld was omdat deze achteraf werd gefactureerd, maar het Hof verwierp dit standpunt. Ook de samenstelling van de vergoeding, bestaande uit kosten en een percentage van de verkoopopbrengsten, stond de toepassing van artikel 3, vijfde lid, niet in de weg.
Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de naheffingsaanslag en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende terugbetaald.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt vernietigd en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.