ECLI:NL:GHAMS:2003:AF3016
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waardegrond bedrijfsterrein nihil door onvoldoende dekking saneringskosten vervuilde bodem
Belanghebbende is mede-eigenaar van een bedrijfsterrein dat vervuild is door bodemverontreiniging, deels veroorzaakt door een voormalige gemeentelijke vuilstortplaats. De gemeente had een vrijwaring afgegeven voor saneringskosten die voortvloeien uit de vervuiling door deze stortplaats. De waarde van het terrein was vastgesteld op basis van taxatierapporten, waarbij rekening werd gehouden met deze vrijwaring.
Het hof oordeelt dat de vrijwaring slechts beperkt geldt voor vervuiling door de stortplaats en dat niet alle saneringskosten door de gemeente worden gedragen. Uit een onafhankelijk rapport blijkt dat de stortplaats de grondwaterkwaliteit nauwelijks heeft beïnvloed. Belanghebbende stelde dat sanering noodzakelijk is tot drie meter diep tegen hoge kosten, die de waarde van de grond ver overstijgen.
Het hof concludeert dat een koper rekening zal houden met de saneringsplicht en het risico dat de gemeente slechts een deel van de kosten dekt. Daarom moet de waarde van de grond op nihil worden gesteld. De taxatie op basis van huurwaardekapitalisatie is in dit geval niet bruikbaar; de waarde van het object wordt aangepast naar de gecorrigeerde vervangingswaarde minus de grondwaarde plus een aftrek voor rompslomp.
Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de gemeente en vermindert de waarde van het object aanzienlijk. Tevens veroordeelt het hof de gemeente in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De waarde van de grond wordt vastgesteld op nihil vanwege onvoldoende dekking van saneringskosten door de gemeente.