ECLI:NL:GHAMS:2003:AF4492
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Bijl
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting wegens onvoldoende bewijs voor aftrek voorbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over de tijdvakken 17 oktober tot en met 31 december 1994 en 1 januari tot en met 31 december 1995. Zij stelde dat haar administratie, met de facturen waarop de voorbelasting was gebaseerd, in augustus 1999 was gestolen en bracht geen ander bewijs aan ter onderbouwing van haar aftrekposten.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende de last heeft om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor aftrek van voorbelasting is voldaan. Het enkele feit van diefstal van de administratie ontslaat haar niet van deze bewijslast. Belanghebbende heeft geen nadere gegevens verstrekt over de aard van de prestaties of de ondernemers die de voorbelasting in rekening brachten.
Daarmee is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de voorbelasting terecht in aftrek is gebracht. De naheffingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd. De stelling van de inspecteur dat belanghebbende geen ondernemer was in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 behoeft geen verdere behandeling.
Omdat belanghebbende in het ongelijk is gesteld en er geen bijzondere omstandigheden zijn, worden geen proceskosten aan een partij opgelegd. Het Hof verklaart het beroep ongegrond en vervangt hiermee de eerdere mondelinge uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslagen omzetbelasting is ongegrond verklaard.