ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5965
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Goes
- Rechtspraak.nl
Geen vervangingsvoornemen voor melkquotum na overdracht melkveebedrijf aan BV
Belanghebbende, exploitant van een melkvee- en zuivelbedrijf, verkocht in 1997 een deel van zijn melkquotum en vormde een vervangingsreserve voor de boekwinst. In 1998 droeg hij zijn melkveebedrijf, inclusief het resterende melkquotum, over aan een eigen BV. De vraag was of hij ultimo 1998 nog het voornemen had het melkquotum te vervangen, wat bepalend is voor het al dan niet vrijvallen van de vervangingsreserve.
Het hof stelde vast dat met de overdracht van het melkveebedrijf aan de BV de maatschap haar melkveebedrijf staakte en dat het vervangingsvoornemen daarmee overging naar de BV. Omdat de BV geen vervangingsreserve vormde bij latere verkoop van melkquotum, concludeerde het hof dat geen vervangingsvoornemen bestond. Belanghebbendes stellingen over terugkoopplannen en grondaankopen werden niet geloofwaardig geacht.
Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde dat de vervangingsreserve per 31 december 1998 terecht vrijviel. Er werden geen proceskosten aan een partij opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de vervangingsreserve wordt terecht vrijgevallen.