ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6412
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Hilten
- Beukers-Van Dooren
- Otto
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag en boete wegens onvolledige omzetverantwoording speelautomaten
Belanghebbende exploiteerde een café met speelautomaten en hield een kasadministratie bij, maar registreerde de tellerstanden van de speelautomaten pas vanaf 7 mei 1996. De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een boete op wegens het verzwijgen van omzet in de periode daarvoor. Belanghebbende voerde aan dat de omzetstijging na de verbouwing van het café verklaard kon worden door gewijzigde bedrijfsvoering en de prominente plaats van de speelautomaten.
Het hof oordeelde dat belanghebbende met de kasadministratie voldeed aan zijn administratieplicht en dat het niet registreren van tellerstanden tot 7 mei 1996 niet onrechtmatig was gezien de afspraken met de exploitant. De omzetstijging na de verbouwing werd deels erkend, maar het hof vond dat belanghebbende niet de gehele stijging had verklaard, mede gezien de daling van de drankomzet.
Daarom achtte het hof aannemelijk dat belanghebbende tot 7 mei 1996 omzet had verzwegen, maar matigde de naheffingsaanslag tot ƒ 2.500. De boete van 50% werd gegrond verklaard maar verminderd tot ƒ 1.250. Tevens werden proceskosten van € 966 aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden gematigd, proceskosten worden aan belanghebbende toegekend.