ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6649
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Kostense
- Hartman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vaststellingsovereenkomst en winstuitdeling bij schuld aan vennootschap
Belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van een vervoersbedrijf, voerde beroep aan tegen een aanslag inkomstenbelasting 1998 waarbij de inspecteur een schuld aan zijn vennootschap E als winstuitdeling rekende.
Partijen hadden in 1995 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin afspraken waren gemaakt over verliesverrekening en aflossing van schuld aan E uiterlijk op de 65ste verjaardag van belanghebbende. De inspecteur stelde dat de schuld ultimo 1998 als winstuitdeling moest worden aangemerkt omdat deze niet was afgelost.
Belanghebbende stelde dat de overeenkomst vervallen was door latere verliesverrekening bij een dochtervennootschap I, wat volgens hem niet was toegestaan. Het hof oordeelde echter dat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig en bindend bleef, en dat de verliesverrekening bij I de overeenkomst niet ongeldig maakte.
Het hof concludeerde dat belanghebbende bewust de schuld niet had afgelost en dat het bedrag van ruim 2,3 miljoen gulden als winstuitdeling moest worden aangemerkt. Het beroep werd ongegrond verklaard en geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag met winstuitdeling bevestigd.