ECLI:NL:GHAMS:2003:AF6891
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Wiewel
- Verspyck Mijnssen
- De Winter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen veroordeling voor belastingfraude, valsheid in geschrifte, omkoping en deelname aan criminele organisatie
Deze zaak betreft het hoger beroep van verdachte tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder belastingfraude, valsheid in geschrifte, niet-ambtelijke omkoping en deelname aan een criminele organisatie met dat oogmerk.
Het hof oordeelt dat een aantal tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen zijn en spreekt verdachte daarvan vrij. Voor de overige feiten verklaart het hof verdachte wettig en overtuigend schuldig. Het hof overweegt uitgebreid over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, de redelijke termijn, en de procesrechtelijke aspecten van de zaak. Tevens wordt de extraterritoriale toepassing van artikel 328ter Sr besproken, waarbij het hof de dubbele strafbaarheid bevestigt.
De bewezenverklaring omvat onder meer het opzettelijk onjuist doen van belastingaangiften, het doen opnemen van valse gegevens in een authentieke akte, het gebruik van valse geschriften, het doen van giften aan effectenhandelaren die deze in strijd met de goede trouw verzwijgen tegenover hun werkgever, en deelname aan een criminele organisatie waarvan verdachte bestuurder was.
Het hof legt een gevangenisstraf van 1 jaar op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een geldboete van 2 miljoen euro, rekening houdend met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van verdachte, en het feit dat hij niet eerder is veroordeeld. Het arrest is gewezen door de vierde meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 april 2003.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar en een geldboete van 2 miljoen euro.