ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8281
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Boersma
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht notariële akte voor aftrek lijfrenteschenkingen
Belanghebbende heeft zich in 1990 notarieel verplicht tot het doen van lijfrenteschenkingen gedurende vijf jaar aan diverse instellingen. Deze schenkingen werden jaarlijks afgetrokken van het belastbaar inkomen. In 2000 heeft belanghebbende dezelfde giften gedaan en deze in aftrek gebracht, maar de inspecteur corrigeerde dit omdat de vereiste notariële akte ontbrak.
Belanghebbende stelde dat hij moreel verplicht was en dat de notariële akte van 2002 terugwerkende kracht moest hebben, mede op grond van een besluit uit 1997 dat soepelheid toonde in de termijn van vijf jaar. Het hof oordeelde echter dat de grammaticale interpretatie van artikel 47 lid 2 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 terugwerkende kracht uitsluit en dat omzetting van een natuurlijke verbintenis in een afdwingbare verplichting volgens artikel 6:5 BW Pro in 2000 niet had plaatsgevonden.
Het hof verwierp ook de vergelijking met pensioenbetalingen uit artikel 45 van Pro de Wet, omdat deze regeling anders is en na het betreffende artikel tot stand kwam. Gezien het ontbreken van bijzondere omstandigheden wees het hof het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aftrek van lijfrenteschenkingen in 2000 wordt geweigerd wegens het ontbreken van een notariële akte met terugwerkende kracht.