ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8358
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt onrechtmatigheid activatie vordering en weigert verliesverrekening 1996
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was betrokken bij een fiscale eenheid en verkocht in 1993 deelnemingen aan een derde partij. Tegelijkertijd sloot zij een managementovereenkomst die door belanghebbende werd gezien als een earn-outregeling, met een geactiveerde vordering van ƒ 6.000.000 op H B.V. in de jaarrekening 1993. In 1996 werd deze vordering afgewaardeerd ten laste van het fiscale resultaat.
De inspecteur stelde een navorderingsaanslag en een herziening van de verliesverrekening vast, waarbij het verlies met ƒ 6.000.000 werd verhoogd. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat de vordering terecht was geactiveerd en dat afwaardering in 1996 mogelijk was.
Het Hof oordeelde dat de managementovereenkomst geen onderdeel vormde van de verkooptransactie en geen recht gaf op een deelnemingsvoordeel. De vordering was ten onrechte in 1993 geactiveerd en kon in 1996 niet worden afgewaardeerd. Tevens bevestigde het Hof dat een herziening van de verliesverrekening mogelijk is mits gebaseerd op een nieuw feit, wat hier niet het geval was. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag en verliesverrekening worden gehandhaafd.