ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8359
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Hartman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van belastingaanslag en omkering bewijslast bij coffeeshophouder over 1997
Belanghebbende, exploitant van een coffeeshop, diende de aangifte inkomstenbelasting over 1997 niet binnen de gestelde termijn in. De inspecteur stelde ambtshalve een aanslag vast op basis van een belastbaar inkomen van ƒ124.827, welke na bezwaar werd verminderd tot ƒ119.933. Belanghebbende betwistte dit en stelde een belastbaar inkomen van ƒ27.004.
Tijdens het onderzoek bleek dat belanghebbende de kladaantekeningen van de verkopen softdrugs niet had bewaard, wat onderdeel uitmaakt van de administratieplicht volgens artikel 52 AWR Pro. Hierdoor is de omkering van de bewijslast van toepassing, waarbij belanghebbende moet aantonen dat de aanslag onjuist is.
Het hof oordeelt dat belanghebbende niet is geslaagd in deze bewijslevering. De inspecteur baseerde zich op branchegegevens, waarnemingen ter plaatse en het ontbreken van primaire bescheiden. De correctie van de winst met ƒ48.102 wordt als terecht beschouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.
Er worden geen proceskosten toegewezen omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn. Belanghebbende kan binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de belastingaanslag bevestigd.