ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8360
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- De Korte
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over afkoopsom alimentatie na echtscheiding
Belanghebbende ontving in 1999 een bedrag van ƒ 54.000 van haar ex-echtgenoot, dat volgens de inspecteur een afkoopsom van alimentatieverplichtingen betreft en daarom belastbaar is als inkomen uit het familierecht. Belanghebbende stelde dat het bedrag een regeling in de vermogenssfeer betrof en niet in de alimentatiesfeer.
Het Hof baseert zich op het echtscheidingsconvenant waarin is vastgelegd dat de ex-echtgenoot een bruto alimentatie van ƒ 1.275 per maand verschuldigd is, waarvan ƒ 375 per maand niet wordt voldaan maar gekapitaliseerd wordt verrekend met een restantvordering uit de verdeling van de echtelijke woning. Dit gekapitaliseerde bedrag is de ƒ 54.000.
De brieven van de advocaat van belanghebbende bevestigen dat sprake is van een verrekening van alimentatie met een restantvordering en dat het bedrag als vervanging van alimentatie moet worden gezien. Het Hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en vermindert de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 72.432, waarbij een deel van het bedrag tegen een bijzonder tarief wordt belast. Tevens veroordeelt het Hof de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof verklaart het beroep gegrond en vermindert de navorderingsaanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 72.432 met toepassing van het bijzondere tarief.