ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8497
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en procedurele aspecten bezwaar
Belanghebbende is eigenaar van een woning te P waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 1999 is vastgesteld op €214.000. Na bezwaar heeft de heffingsambtenaar deze waarde verlaagd van €227.797 naar €214.000. Belanghebbende betwist deze waardering en stelt onder meer dat de gehanteerde vaste waardes voor garages onjuist zijn, dat de prijs per m³ afwijkt van vergelijkbare objecten en dat de bezwaarprocedure niet correct is verlopen.
Het Hof oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede op basis van een taxatierapport waarin vergelijkingsobjecten zijn meegenomen en verschillen in inhoud en oppervlakte zijn gecorrigeerd. De door belanghebbende aangevoerde taxatie uit 1997 en de daaropvolgende verbouwing ondersteunen de vastgestelde waarde. De procedurele klachten over het niet horen in de bezwaarfase leiden niet tot vernietiging, omdat belanghebbende zijn standpunten schriftelijk en mondeling heeft kunnen toelichten en geen feitelijke geschillen bestaan.
Het Hof gelast de gemeente het betaalde griffierecht van €29 aan belanghebbende te vergoeden en wijst het beroep af. Er zijn geen bijzondere omstandigheden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is op 23 april 2003 gedaan door het Gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning wordt bevestigd op €214.000.