ECLI:NL:GHAMS:2003:AF8499
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Boersma
- Schaap
- Goes
- Rechtspraak.nl
Beloning interim-manager als loon uit dienstbetrekking voor belastingjaar 1998
Belanghebbende, een gepensioneerde die na zijn pensionering via zijn BV werkzaamheden verrichtte als interim-manager, voerde aan dat de beloning niet als loon uit dienstbetrekking moest worden beschouwd omdat de vergoeding aan zijn kinderen ten goede kwam. Het hof stelde vast dat belanghebbende persoonlijk als interim-manager optrad en dat de betalingen in wezen voortvloeiden uit een arbeidsovereenkomst tussen belanghebbende en de vennootschap D.
De interim-managementovereenkomst tussen M BV en D bepaalde een maandelijkse vergoeding van ƒ 7.000 exclusief BTW, en het hof achtte aannemelijk dat deze vergoeding in 1998 vorderbaar en inbaar was. De inspecteur had het belastbare inkomen van belanghebbende verhoogd met ƒ 35.000, waarvan het hof erkende dat dit ƒ 1.000 te hoog was.
Belanghebbende stelde dat een deel van de vergoeding onbelaste onkostenvergoeding betrof, maar het hof vond hiervoor geen grond in de overeenkomst en concludeerde dat de forfaitaire arbeidskostenaf-trek correct was toegepast. Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde het belastbare inkomen vast op ƒ 193.819 en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Beloning interim-manager wordt als loon uit dienstbetrekking aangemerkt en belastbaar inkomen wordt verminderd tot ƒ 193.819.