ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9268
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Bijl
- J. Van Hilten
- M. Beukers-van Dooren
- Rechtspraak.nl
Belastinggeschil over niet aangegeven inkomen en vermogen uit criminele organisatie
Van 1994 tot 1998 werd een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar een criminele organisatie waarbij belanghebbende werd verdacht van deelname. Hoewel hij strafrechtelijk werd vrijgesproken wegens gebrek aan wettig bewijs, stelde de inspecteur zijn inkomen en vermogen aanzienlijk hoger vast dan in de aangiften vermeld.
Het Hof oordeelde dat uit het strafrechtdossier en de contacten tussen belanghebbende en anderen blijkt dat sprake was van een organisatie gericht op winst. Belanghebbende heeft geen verklaring gegeven voor het verschil tussen de opgegeven en werkelijke vermogenswaarden, waaronder onroerende zaken en aandelen. Ook het gratis bewonen van een woning van een Liechtensteinse vennootschap werd als onverklaard en afwijkend beschouwd.
De inspecteur schatte het inkomen en vermogen op minimaal 10 miljoen gulden per jaar, wat het Hof niet onredelijk achtte gezien de aard van de organisatie en het gebrek aan zicht op de werkelijke omvang. Het beroep van belanghebbende werd afgewezen voor de inkomstenbelasting, maar het Hof vernietigde de aanslagen vermogensbelasting voor 1995 en 1996 en stelde deze aanzienlijk lager vast. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van een deel van de proceskosten en schadevergoeding.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting en vermindert de aanslagen vermogensbelasting voor 1995 en 1996 aanzienlijk.