ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9798
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Dutmer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ouderenkorting bij voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2001 omdat de ouderenkorting niet was toegepast. Volgens de Belastingdienst had hij geen recht op de aanvullende ouderenkorting vanwege een verzamelinkomen boven de grens van €27.704.
Belanghebbende erkent geen recht te hebben op de aanvullende ouderenkorting, maar stelt dat hij wel recht heeft op de gewone ouderenkorting omdat de rekenhulp op het aangiftebiljet dit niet juist weergeeft. Het Hof stelt vast dat de wettelijke voorwaarde voor de ouderenkorting een verzamelinkomen tot maximaal €27.704 vereist, en dat belanghebbende hier niet aan voldoet.
Hoewel de rekenhulp en toelichting van de Belastingdienst te ruim zijn en daardoor mogelijk misleidend, weegt het Hof het wettelijke toepassingsbeginsel zwaarder dan het vertrouwensbeginsel. De Belastingdienst is niet gebonden aan onjuiste behulpzaamheid bij voorlopige aanslagen, zeker als er geen sprake is van schade buiten het betalen van de juiste belasting.
Het Hof verklaart het beroep ongegrond, maar acht het redelijk dat het betaalde griffierecht van €29 aan belanghebbende wordt vergoed vanwege de onduidelijke informatie en motivering. Er worden geen proceskosten aan de inspecteur opgelegd.
Uitkomst: Beroep ongegrond verklaard, maar griffierecht van €29 aan belanghebbende vergoed.