ECLI:NL:GHAMS:2003:AG0134
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Buyne
- Van Kuijck
- Clarenbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen verlenging voorlopige hechtenis en schorsingsverzoek
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Utrecht van 20 mei 2003, waarin het bevel tot verlenging van de voorlopige hechtenis werd bevestigd en het verzoek tot schorsing werd afgewezen.
De advocaat-generaal stelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat verdachte eerder tegen een vergelijkbaar bevel in hoger beroep was gegaan, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Het hof oordeelde echter dat verdachte ten minste éénmaal de kans moet krijgen om bezwaren tegen de gevangenhouding in hoger beroep te laten beoordelen, ook als eerder hoger beroep was ingetrokken of niet tot inhoudelijke beoordeling had geleid.
Het hof verklaarde het hoger beroep ontvankelijk voor zover het gericht was tegen de verlenging van de voorlopige hechtenis, maar niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op het schorsingsverzoek, omdat dit niet het eerste verzoek betrof zoals bedoeld in de wet. Na inhoudelijke toetsing bevestigde het hof de verlenging van de voorlopige hechtenis, omdat de gronden daarvoor nog steeds bestonden.
De uitspraak werd gegeven op 4 juni 2003 door de raadsheren Buyne, Van Kuijck en Clarenbeek.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het schorsingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en de verlenging van de voorlopige hechtenis is bevestigd.