ECLI:NL:GHAMS:2003:AG1662
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A. Vrouwenvelder
- M.C. Beukers-van Dooren
- J.A. Tromp
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de juiste basis voor BPM-heffing bij importeur zonder wederverkopers
Belanghebbende, importeur van automerken zonder wederverkopers in Nederland, kreeg een naheffingsaanslag BPM opgelegd gebaseerd op hogere catalogusprijzen dan de feitelijk gerealiseerde verkoopprijzen. Het geschil betrof of de BPM moest worden berekend op de verkoopprijs aan consumenten of op de lagere verkoopprijs die belanghebbende daadwerkelijk hanteerde.
Het Hof onderzocht de wetsgeschiedenis van artikel 9 van Pro de Wet BPM en concludeerde dat de term "aan wederverkopers kenbaar gemaakte prijs" slechts een verduidelijking is van het begrip geadviseerde verkoopprijs. Deze prijs moet worden vastgesteld op het moment van registratie en is de prijs die de importeur of fabrikant naar zijn inzicht bij verkoop aan de uiteindelijke afnemer hanteert.
De door de inspecteur gebruikte catalogusprijzen, afkomstig van de RAI en vastgesteld op basis van door belanghebbende aangeleverde gegevens, werden als juist beschouwd. Het feit dat de auto in een individuele situatie onder de catalogusprijs werd verkocht, deed hieraan niet af omdat de BPM gebaseerd moet zijn op objectieve prijsbepaling op het moment van registratie.
Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan de inspecteur.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM bevestigd.