ECLI:NL:GHAMS:2003:AH8542
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Dutmer
- Van der Ouderaa
- Kostense
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt ontvankelijkheid bezwaar en handhaaft aanslag bij aanmerkelijkbelangwinst
Belanghebbende, die in 1997 een aanmerkelijk belang in PBV bezat, verkocht zijn aandelen aan HBV. De discussie betrof de juiste dollarkoers voor de berekening van het voordeel uit aanmerkelijk belang: belanghebbende wilde de koers van 27 maart 1997 toepassen, omdat op die datum een brief werd gestuurd waarin de verkoop op hoofdlijnen werd bevestigd. De inspecteur hanteerde de koers van 5 juni 1997, de datum van de daadwerkelijke verkoopovereenkomst.
Het bezwaar van belanghebbende werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het Hof oordeelt echter dat de inspecteur de niet-ontvankelijkverklaring achterwege had moeten laten, omdat de gemachtigde van belanghebbende mocht vertrouwen op tijdige toezending van het aanslagbiljet en niet tijdig op de hoogte was van de aanslag.
Het Hof stelt vast dat de brief van 27 maart 1997 geen bindende overeenkomst inhoudt, mede omdat daarin expliciet staat dat het geen bindende verplichting betreft. Hierdoor is de datum van 5 juni 1997 bepalend voor de koers. Het Hof vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring, verklaart het bezwaar ontvankelijk, handhaaft de aanslag en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het bezwaar wordt ontvankelijk verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd met toepassing van de dollarkoers van 5 juni 1997.