ECLI:NL:GHAMS:2003:AH9836
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van der Ouderaa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkomen op fictieve buitenlandse belastingplicht voor middelingsregeling
Belanghebbende, met Italiaanse nationaliteit en woonachtig in Nederland sinds 1998, heeft in 1999 een verzoek ingediend om als fictief buitenlands belastingplichtige te worden aangemerkt voor toepassing van de 35%-vergoedingsregeling. De inspecteur heeft dit verzoek toegewezen en belanghebbende heeft voor de jaren 1998, 1999 en 2000 aangifte gedaan als fictief buitenlands belastingplichtige.
Belanghebbende verzocht in 2001 om middeling van de belastbare sommen over deze jaren, maar de inspecteur wees dit af omdat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden, met name omdat de keuze voor fictieve buitenlandse belastingplicht niet tijdig was herzien. Het geschil spitst zich toe op de vraag tot welk moment teruggekomen kan worden op deze keuze om nog in aanmerking te komen voor de middelingsregeling.
Het Hof oordeelt dat terugkomen op de keuze slechts mogelijk is voordat de aanslagen onherroepelijk zijn geworden, wat in deze zaak zes weken na dagtekening van de aanslagen is. Belanghebbende heeft dit moment gemist en zijn brief van augustus 2001 kan niet als tijdig verzoek tot herziening worden aangemerkt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de inspecteur aannemelijk heeft gemaakt dat een andere cliënt ten onrechte wel middeling kreeg toegewezen.
Proceskosten worden niet toegewezen omdat belanghebbende in het ongelijk wordt gesteld zonder bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat belanghebbende te laat is teruggekomen op de keuze voor fictieve buitenlandse belastingplicht.