ECLI:NL:GHAMS:2003:AI0314
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingheffing en aftrek vakantiegeld en beroepskosten over 1999
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 1999, waarin hij een belastbaar inkomen van ƒ 64.020 werd toegerekend. Hij vorderde vermindering tot ƒ 55.988, onder meer door aftrek van 25% van vakantiegeld over meerdere jaren. Het hof oordeelt dat de regeling voor waardering van vakantiebonnen alleen geldt voor het jaar waarin deze zijn ontvangen en niet voor later jaren zonder verstrekte bonnen.
Belanghebbende stelde dat hem een toezegging was gedaan door een belastingambtenaar om alsnog aftrek te verlenen indien de Hoge Raad dit zou bevestigen. Het hof achtte deze toezegging niet aannemelijk en wees de aftrek af. Verder werd de aftrek voor beroepskosten vastgesteld conform wettelijke regels, waarbij de ziektewetuitkering gelijkgesteld werd aan inkomsten uit tegenwoordige arbeid.
Ten aanzien van de door belanghebbende opgevoerde ziektekosten werd niet aannemelijk gemaakt dat de drempel voor aftrek werd overschreden. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 1999 zonder aftrek van 25% vakantiegeld.